|
|
|
| 10 fabels en
feiten over verkeersgegevens
Laatste update
[26.04.2005] |
Verkeersgegevens zijn een ingewikkeld onderwerp. Veel
parlementariërs en journalisten worstelen met de halve
waarheden die zij te horen krijgen van voorstanders van de
bewaarplicht. Bits of Freedom wil graag 10 misverstanden
uit de wereld helpen.
Meer informatie over verkeersgegevens is te vinden in het
Dossier
verkeersgegevens.
- Nederland heeft al een
bewaarplicht.
- De bewaarplicht is
noodzakelijk.
- Toegang tot de gegevens wordt
getoetst door een rechter.
- Het gaat over de bestrijding van zeer
ernstige misdrijven.
- De bewaarplicht is helemaal niet zo
duur.
- De bewaarplicht is
proportioneel.
- Brussel wil dit, Nederland is
neutraal.
- Vrijwel alle EU lidstaten hebben al
een bewaarplicht.
- Nationale parlementen hebben het
laatste woord.
- De noodzakelijkheid blijkt uit
Nederlandse jurisprudentie.
1. Nederland heeft al een
bewaarplicht
VVD Kamerlid Laetitia Griffith en verschillende
woordvoerders van het Ministerie van Justitie hebben
herhaaldelijk gezegd dat Nederland al een bewaarplicht
heeft. Bits of Freedom acht dit een zeer kwalijke vorm van
misleiding. Nederland heeft absoluut geen algemene
bewaarplicht voor verkeersgegevens. Er is één
specifieke Algemene Maatregel van Bestuur aangenomen
behorend bij artikel 13.4 lid 2 van de Telecommunicatie Wet
die aanbieders van prepaid mobiele telefonie verplicht om
de locatiegegevens van deze anonieme mobieltjes gedurende
drie maanden te bewaren. Die plicht is gekoppeld aan de
verplichting om diensten aftapbaar te maken. Als de houder
van een anoniem mobieltje niet bekend is, kan er geen
tapbevel worden afgegeven. Diverse belangrijke ambtenaren
van Justitie hebben in publieke debatten aangegeven dat dit
de enige mogelijkheid was om prepaid mobieltjes wettelijk
te kunnen aftappen en dat er absoluut geen sprake was van
een uitbreiding naar andere mogelijke bewaarplichten.
2. De bewaarplicht is
noodzakelijk.
Dat blijkt nergens uit. Er is maar één
onderzoek in Nederland gedaan naar de bewaarplicht, maar
dat kan de noodzaak en effectiviteit niet onderbouwen. In
tegendeel. Een evaluatie-onderzoek van de politie Rijnmond
in 2003 naar het gebruik van historische verkeersgegevens
in de praktijk toont eerder het omgekeerde aan. Het gebruik
van bestaande verkeersgegevens is standaard praktijk
geworden in het opsporingsonderzoek maar de gegevens die
telefoonbedrijven regulier bewaren voor bedrijfsdoeleinden,
blijken ruimschoots toereikend.
Tweederde van alle onderzoeken had zelfs succesvol afgerond
kunnen worden als er helemaal geen historische
verkeersgegevens bestonden. Het rapport is niet door de
opdrachtgever, het Ministerie van Justitie, naar buiten
gebracht ondanks vragen van Kamerleden aan de minister of
dergelijk onderzoek bestond. Het rapport is op 16 september
2004 openbaar gemaakt door Bits of Freedom via een beroep
op de Wet Openbaarheid van Bestuur. De Kamerleden Van Dam
en Wolfsen van de PvdA hebben naar aanleiding van dit
onderzoek Kamervragen gesteld.
In een vergelijkende studie van oktober 2004 naar
bewaarplichten in Europa, uitgevoerd door de Duitse telecom
branche-organisatie Bitkom, bleek dat er vrijwel geen
statistieken bestaan over het gebruik van verkeersgegevens.
Gegevens over de noodzaak van gegevens ouder dan 3 tot 6
maanden blijken volledig te ontbreken in de onderzochte
acht landen (Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Nederland,
Zweden, Spanje, Groot-Brittannië en de Verenigde
Staten).
Op 12 april 2005 heeft minister Donner gezegd dat hij de
Rotterdamse Erasmus Universiteit opdracht heeft gegeven om
de noodzaak te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek
zullen van grote invloed zijn op de verdere discussie.
De Europese werkgroep van privacy-toezichthouders, de
Article 29 Working Party, heeft de bewaarplicht in een
kernachtig advies in november 2004 in strijd genoemd met
artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de
Mens. Het opslaan van verkeersgegevens geniet volgens de
privacy-toezichthouders hetzelfde beschermingsniveau als
het aftappen van telecommunicatie. Uit jurisprudentie van
het Europees Hof van de Rechten van de Mens blijkt dat de
bewaarplicht een wettelijke basis moet hebben, noodzakelijk
moet zijn in een democratische samenleving en een legitiem
en afgebakend doel hebben. Het ontwerp Kaderbesluit voldoet
aan geen van deze drie criteria, aldus de Article 29 WP.
Daarbij merken ze op: "Not everything that might prove to
be useful for law enforcement is desirable or can be
considered as a necessary measure in a democratic society,
particularly if this leads to the systematic recording of
all electronic communications."
3. Toegang tot de gegevens wordt
getoetst door een rechter.
Nee. In Nederland mag iedere officier van justitie
verkeersgegevens opvragen, volgens de wet vorderen gegevens
telecommunicatie die op 1 september 2004 in werking is
getreden. Het ontwerp Kaderbesluit laat het volledig aan de
lidstaten over hoe zij de toegang willen regelen. Daarbij
worden moeilijke vragen over het vereiste van dubbele
strafbaarheid vermeden. Het voorstel regelt alleen dat
politie, justitie en inlichtingendiensten in Europa toegang
krijgen tot verkeersgegevens in andere lidstaten, maar
voorziet niet in enige controle of beperking op die
bevoegdheid.
4. Het gaat over de bestrijding van zeer
ernstige misdrijven.
Nee. De bewaarplicht zal worden ingezet als een zeer
algemeen opsporingsinstrument voor allerlei misdrijven.
Volgens een brief van minister Donner aan de Eerste Kamer
van 23 december 2004 was het doel van de bewaarplicht het
bevorderen van de opsporing van ernstige strafbare feiten.
"De voorgestelde bewaarplicht heeft tot doel bij te dragen
aan een effectieve opsporing en daardoor aan de voorkoming
en bestrijding van ernstige strafbare feiten, waaronder
terrorisme, en voldoet derhalve aan het doelcriterium." Dat
was ver bezijden de waarheid. Al op 8 november schreef
Nederland als voorzitter van de EU in een brief aan de
werkgroep van hoge ambtenaren van justitie en politie dat
een meerderheid van de lidstaten het gebruik van
verkeersgegevens niet wilde beperken tot 'ernstige'
misdrijven. In zijn brief van 15 februari 2005 schrijft
Donner aan de Tweede Kamer dat de bewaarplicht "tot doel
(heeft) bij te dragen aan de voorkoming, opsporing en
vervolging van strafbare feiten, waaronder terrorisme."
Terwijl het doel van de bewaarplicht ineens is verruimd
naar alle mogelijke overtredingen en daarmee een zeer
algemeen opsporingsinstrument is geworden, blijft de
onderbouwing hetzelfde. Dat kan niet kloppen.
5. De bewaarplicht is helemaal niet zo
duur.
In december 2004 meldde Donner terloops in de
Kamercommissie Justitie dat hij onderzoek had laten doen
door KPMG naar de kosten van de bewaarplicht en dat die
kosten erg meevielen. Een opmerkelijke conclusie. Uit het
rapport, dat een dag voor het Kerstreces aan de Kamer werd
gestuurd, blijkt namelijk dat de bewaarplicht
internetproviders vele miljoenen euro's gaat kosten.
Kamerleden spraken tijdens het algemeen overleg op 26
januari hun bezorgdheid uit over deze hoge kosten en
vroegen of het bedrijfsleven daarvoor vergoed zou worden.
Donner was daar duidelijk over: "Nogmaals, ik ben er nog
geen voorstander van dat de Europese overheden dan wel de
nationale overheden die kosten gaan dragen."
De kosten zijn gebaseerd op de aanname dat er in Nederland
gemiddeld 25 gigabit per seconde internetverkeer wordt
vervoerd. Dat stelde bureau Stratix namelijk vast in een
onderzoek in 2003, zonder nadere onderbouwing. KPMG meldt
dit als een vaststaand feit voor 2005. Maar dat klopt niet.
In januari 2005 maakte de AMS-IX bekend (de Amsterdam
Internet Exchange, een belangrijk knooppunt voor providers
in Nederland onderling, en met de rest van de wereld) dat
er al 50 Gigabit per seconde door hen wordt vervoerd. En
dat is lang niet al het verkeer dat providers vervoeren in
Nederland. Immers, iemand die iets downloadt van zijn eigen
provider (bijvoorbeeld de lokale caches van de
security-updates van Microsoft), of iets deelt met een
andere klant van zijn eigen provider, gaat niet langs de
AMS-IX, maar rechtstreeks van de ene machine van de
provider naar de andere. Om het rapport te lezen, is alleen
de 200% prognose accuraat. Voor 2006 valt te verwachten dat
de hoeveelheid verkeer nog eens verdubbelt, in het licht
van ontwikkelingen op de breedbandmarkt, zoals DSL-TV en
telefonie over IP. Met andere woorden: ipv de 200% prognose
kost de bewaarplicht in 2006 tenminste 400% van de kosten
die KPMG berekent.
6. De bewaarplicht is
proportioneel.
Als er geen bewaarplicht komt, schrijft minister Donner aan
het Parlement, moeten politie en justitie veel zwaardere
middelen inzetten die een grotere privacy-inbreuk maken.
"In dit verband wil ik er nog op wijzen dat de verstrekking
van verkeersgegevens ten behoeve van de opsporing van
strafbare feiten zal kunnen leiden tot een verminderde
noodzaak tot de inzet van meer ingrijpende dwangmiddelen,
zoals de huiszoeking ter inbeslagneming." Wat de minister
hierbij niet vermeldt, is dat er een cruciaal onderscheid
is in legitimiteit tussen het preventief in de gaten houden
van alle burgers en het beperkt inzetten van (ingrijpende)
opsporingsmiddelen tegen specifieke verdachten.
In een eerder artikel in het blad Computerrecht (nr 2/2003)
liet de gerenommeerde oud-wetgevingsjurist Alexander Patijn
geen spaan heel van de proportionaliteit van een
bewaarplicht.
Stel, schrijft hij, dat er een verplichting komt alle
verkeersgegevens gedurende 36 maanden te bewaren, terwijl
bij evaluatie blijkt dat slechts 2% van die gegevens
daadwerkelijk wordt opgevraagd voor het onderzoek in een
strafzaak. "Van die 2% blijkt 10% achteraf daadwerkelijk
nodig om het bewijs in de strafzaak rond te krijgen, hetzij
als rechtstreeks bewijs hetzij als spoor naar dergelijk
bewijs. Dan is dus 0,2% van de opgeslagen gegevens nodig
voor de opsporing. Dan zou 99,8% van die gegevens worden
bewaard ter wille van die bruikbare 0,2%. Laten we
vervolgens aannemen dat van die 2% de helft binnen de
eerste week wordt opgevraagd en 9/10 binnen de eerste
maand. Dan zouden gedurende 35 maanden gegevens bewaard
worden ter wille van de 0,02% die naar verwachting
bruikbaar is in een strafzaak."
7. Brussel wil dit, Nederland is
neutraal.
Niet waar. Nederland lijkt in Europa voorop gelopen te
hebben in het doordrukken en uitbreiden van de
bewaarplicht. In de tweede helft van 2004 heeft minister
Donner vragen in de Tweede Kamer structureel afgewimpeld
met de mededeling dat hij zich als voorzitter van de EU
alleen faciliterend opstelde in het overleg van de Europese
ministers van Justitie en geen eigen mening te berde
bracht. Begin december 2004 werd duidelijk dat de JBZ-raad
ineens radicaal was opgeschoven en voorstander was geworden
van een vergaarplicht. Dat wil zeggen; een plicht voor
aanbieders om gegevens te gaan verzamelen en bewaren waar
ze geen enkel bedrijfsdoel voor hebben, exclusief voor
opsporingsdoeleinden.
Uit zijn brief aan de Eerste Kamer van december 2004 blijkt
het Nederlands EU-voorzitterschap in de tweede helft van
2004 is begonnen met het opstellen van een gespecificeerde
lijst van telecommunicatiegegevens waarvoor een
bewaarplicht verkeersgegevens zal gelden. "Op initiatief
van Nederland heeft in september van dit jaar een seminar
plaatsgevonden waaraan is deelgenomen door
vertegenwoordigers van politiediensten van verschillende
EU-lidstaten. Dit heeft geleid tot een inventarisatie van
telecommunicatiegegevens die door de politiediensten als
waardevol worden beschouwd voor de opsporing van strafbare
feiten," aldus Donner. Op dat moment, in september 2004,
betrof het ontwerp Kaderbesluit alleen nog gegevens die
aanbieders al bewaren voor facturering en interne
bedrijfsvoering. Nederland heeft dus de
opsporingsautoriteiten een wensenlijstje laten formuleren
en dat ingebracht bij de JBZ-raad als minimaal
noodzakelijke bewaarplicht.
8. Vrijwel alle EU lidstaten hebben al
een bewaarplicht.
En dus zou Nederland enorm achterlopen, is de
achterliggende boodschap. Opnieuw is het tegendeel het
geval. Alleen Italië en Ierland kennen een feitelijke
wettelijke algemene bewaarplicht voor telefonie
verkeersgegevens. In Ierland is deze bewaarplicht eind
februari 2005 op het allerlaatste moment en zonder debat
toegevoegd aan een algemene veiligheidswet, nadat er
jarenlang een 'geheim' decreet gold om gegevens over
telefoonverkeer te bewaren.
In sommige andere landen is raamwetgeving aangenomen die
het in theorie mogelijk maakt om bewaarplichten uit te
vaardigen (zoals Frankrijk, Spanje, Denemarken en
België), maar in geen van deze landen is een
bewaarplicht daadwerkelijk in werking getreden. In al deze
landen hebben providers en burgerrechtenorganisaties fel
geprotesteerd tegen wensenlijstjes van de
opsporingsautoriteiten.
Uit het vergelijkend onderzoek van Bitkom (zie boven bij
fabel 2) blijkt dat geen van de acht onderzochte landen een
algemene bewaarplicht kent. Belangrijk is ook dat de
Verenigde Staten geen enkele bewaarplicht kennen. Een
voorzichtig voorstel in die richting werd al in 2001, vlak
na 9/11, weggehoond als een onhaalbare inmenging in de
bedrijfsvoering van telecombedrijven en een onaanvaardbare
aanslag op de privacy.
De vier landen die het voorstel hebben ingediend, lijken
zich vooral te bezondigen aan policy-laundering. Wat de
ministers van justitie in de nationale parlementen niet
lukt, lijken ze nu over de rug van Brussel als dwingend
beleid te willen kunnen invoeren. De Ierse minister van
Justitie heeft dit ook expliciet toegegeven. Eind januari
2005 meldde hij dat het Europese Raadsinitiatief spaak
dreigde te lopen door het verzet van de Europese Commissie.
De Ierse privacy-autoriteit had inmiddels afgekondigd dat
bedrijven uiterlijk per 1 mei 2005 alle gegevens moesten
vernietigen die ouder waren dan 6 maanden. Om die grote
opschoningsoperatie voor te zijn, voerde de Ierse minister
overhaast een nationale bewaarplicht in.
9. Nationale parlementen hebben het
laatste woord.
Nee. Nationale parlementen worden misleid met de toezegging
dat zij het kaderbesluit altijd nog zelf moeten accorderen.
In werkelijkheid is de speelruimte voor nationale
parlementen minimaal. Als er eenmaal een
harmonisatiebesluit is genomen voor een uitgebreide
vergaarplicht, moeten parlementen die willen afwijken van
het type te bewaren data volgens het ontwerp jaarlijks aan
de Raad rapporteren waarom zij hun besluit nog niet herzien
hebben.
Zie daarvoor artikel 4 tweede lid van het ontwerpbesluit:
"A Member State deciding to make use of this derogation at
any time must give notice to the Council and to the
Commission stating the alternative time scales being
adopted for the data types affected. Any such derogation
must be reviewed annually."
In deze procedure staat het Europees Parlement volledig
buiten spel; het mag alleen adviseren maar heeft geen stem-
of vetorecht.
10. De noodzakelijkheid blijkt uit
Nederlandse jurisprudentie.
In tegendeel. Om toch nog iets aan te tonen met betrekking
tot de noodzakelijkheid van een bewaarplicht heeft Donner
in een bijlage bij zijn brief van 15 februari 2005 aan de
Tweede Kamer een anekdotische bloemlezing van
jurisprudentie toegevoegd. "Deze selectie betreft zaken die
gedurende de afgelopen vier jaar aan de Nederlandse rechter
zijn voorgelegd. Uit deze selectie kan worden afgeleid dat
verkeersgegevens een belangrijke rol kunnen vervullen in
zowel de opbouw en richting van een opsporingsonderzoek als
de bewijsvoering jegens verdachten." De kleine bloemlezing
gaat echter alleen over telefonie en bovendien blijkt dat
in slechts één van de genoemde gevallen geen
verkeersgegevens beschikbaar waren. Blijkbaar kon het
opsporingsonderzoek in alle andere gevallen prima vooruit
zonder een bewaarplicht.
|
|
|