|
|
|
Open Source
FAQ
|
|
door Mr. Alex van der Wolk
eindredactie Bits Of Freedom
februari 2006
Inleiding
Deze FAQ gaat met name in op juridische aspecten van (het
gebruik van) open source software. Alhoewel enkele
technische aspecten behandeld worden, wordt voor diepgaande
uitleg, analyse en voorlichting verwezen naar andere
bronnen. De FAQ is primair bedoeld voor gebruik van open
source software door particulieren, maar bevat ook
informatie die nuttig is voor ondernemers.
1. Wat is open source software?
Open source software is software waarvan de broncode
vrij beschikbaar wordt gesteld door de maker(s) van de
software.
Een computer werkt door middel van hardware en software.
Hardware is de verzameling van tastbare componenten van de
computer, zoals de harde schijf, de processor of het
moederbord.
Software is de verzamelnaam voor de instructies die worden
gegeven aan de hardware componenten om bepaalde functies
uit te voeren. Deze instructies bestaan uit codetaal. Het
geheel van de instructies wordt de broncode (de source
code) van de software programma genoemd. In essentie is de
broncode de software. Broncode bestaat soms wel uit
miljoenen regels instructies.
Een voorbeeld van dergelijke regels instructies is
bijvoorbeeld:
#include <stdio.h>
main(){
printf("Dit is een computerprogramma!\n");
}
Gebruik van een programma vindt vrijwel altijd plaats door
middel van een user interface. Dit is een grafische
omgeving waarin op gebruiksvriendelijke wijze de functie
van het programma wordt uitgevoerd. Het programma zelf
vertaalt de input naar een voor de computer leesbaar
bestand en zorgt dat alle functies worden uitgevoerd
(tekstverwerken, opslaan, printen, etc.) De broncode draait
op de achtergrond en bepaalt niet alleen het uiterlijk van
de user interface, maar interpreteert ook de commando's van
de gebruiker en vertaalt deze naar de computer.
Wanneer de broncode wordt aangepast, wordt het programma
ook aangepast, en door de broncode te kopiëren, wordt
het programma ook gekopieerd. De broncode is als het ware
het geheel van elementen onder de motorkap dat een auto
laat rijden.
De broncode hoeft dus niet zichtbaar te zijn, of zelfs
bekend, om een programma te laten functioneren. Sommige
software fabrikanten houden de broncode verborgen. Hun
redenen kunnen divers zijn, maar vaak ligt hier aan de
gedachte ten grondslag dat de waarde van het product ligt
in het geheim van de broncode. Zolang niemand weet hoe het
programma werkt, zal iedereen het product van de
desbetreffende leverancier blijven afnemen.
Software waarvan de broncode niet bekend is wordt ook wel
proprietary software genoemd, of closed source
software.
Open source software is een verzamelnaam voor alle software
waarvan de broncode wel beschikbaar is. Vaak wordt de
broncode bij het programma geleverd, of de broncode wordt
zodanig aangepast dat het eenvoudig met behulp van
zogenaamde readers of decompilers te bekijken
is.
De gedachte achter de beschikbaarstelling van de broncode
is dat wanneer iedereen kan zien hoe een programma werkt,
iedereen het ook eventueel kan verbeteren of (delen er van)
kan gebruiken in andere programma's.
Hoewel de beschikbaarheid van de broncode een van de
belangrijkste elementen van open source software is, is dit
niet het enige kenmerk. Vaak wordt open source software ook
gratis beschikbaar gesteld, alhoewel dit zeker niet altijd
het geval is.
2. Wat zorgt er voor dat software open
source is?
De maker van een software programma bepaalt op basis van
zijn of haar auteursrecht dat de broncode al of niet
beschikbaar moet zijn. De licentie die bij software
geleverd wordt, bevat alle regels omtrent het gebruik van
de software, en dus ook of de software open source is of
niet.
Software wordt beschermd door het auteursrecht. Het
auteursrecht rust in eerste instantie op de broncode, op de
verzameling van de regels en soms op individuele regels.
Daarnaast kan auteursrecht ook rusten op het ontwerp van de
user interface.
De rechthebbende op het auteursrecht (dit is vaak de maker,
maar kan ook iemand anders zijn, wanneer de maker zijn of
haar auteursrecht heeft overgedragen) kan het gebruik van
zijn creatie (in dit geval software) reguleren. Bij
proprietary software wordt het gebruik vaak in licentie
gegeven. Dit betekent dat wanneer iemand een exemplaar van
het programma aanschaft, hij niet het eigendom verkrijgt,
maar een gebruiksrecht om het programma op een X aantal
computers te installeren en te gebruiken. De rechthebbende
kan daarnaast bepalen dat de broncode niet openbaar gemaakt
wordt, en dat het niet toegestaan is door middel van
reverse engineering of decompilatie de broncode te
achterhalen.
Zoals een rechthebbende uit kan gaan van een verbodsrecht
(broncode is niet openbaar, en gebruik is gelimiteerd),
staat het deze ook vrij om uit te gaan van een
toestemmingsrecht. Dit laatste is de constructie van open
source software. De rechthebbende op een programma bepaalt
op basis van zijn auteursrecht dat de broncode beschikbaar
wordt gesteld, en dat deze bijvoorbeeld vrijelijk
verveelvoudigd, aangepast of gedistribueerd mag worden. De
beschikbaarheid van de broncode (en daarmee: het verworden
van software tot open source software) vloeit zodoende
voort uit de keuze van de maker van de software, op basis
van het auteursrecht.
Open source is hiermee in eerste instantie een juridisch
fenomeen. Hoewel de software beschermd is door het
auteursrecht (verbodsrecht), mag de rechthebbende zelf
bepalen wat er wel en niet met de software gedaan mag
worden (toestemmingsrecht).
3. Wat is een open source
licentie?
De licentie is het document waarin de
auteursrechthebbende het toegestane gebruik van de software
definieert.
Omdat software vrijwel nooit in eigendom komt van een
ander, is er een contract nodig waarin de toestemming voor
de toegestane soorten gebruik worden geregeld, de
licentie.
Als het gaat om open source software, wordt in de licentie
bepaald of de software (lees: de broncode) verveelvoudigd
mag worden, of deze aangepast mag worden, vrijelijk
gedistribueerd, of deze in delen in andere programma's
opgenomen mag worden, onder welke voorwaarde dit dient te
geschieden, enzovoort. De licentie is daarmee een middel om
de continuïteit van de software te garanderen. De
originele maker kan bijvoorbeeld willen verhinderen dat de
verkrijger van zijn software deze in proprietary software
verwerkt (waarmee de software achter gesloten deuren
verdwijnt). Een manier om dit te voorkomen is door in de
licentie een bepaling op te nemen dat wanneer (delen van)
de software wordt gebruikt, het resultaat altijd onder
dezelfde licentie(voorwaarden) moet worden doorgegeven of
verwerkt.
Er zijn ongeveer 200 verschillende soorten open source
licenties in omloop, met uiteenlopende bepalingen. Het gaat
buiten het bestek van deze FAQ op iedere licentie in te
gaan, maar globaal kan er wel iets over gezegd worden.
Vrijwel alle open source licenties bepalen dat de software
geleverd wordt onder beschikbaarstelling van de broncode.
Veel licenties bepalen daarnaast dat de software vrijelijk
op oneindig veel computers geïnstalleerd mag worden en
ook vrij gedistribueerd mag worden, zonder kosten. Sommige
stellen dat de software aangepast mag worden of verwerkt in
andere software programma's. Soms wordt bepaald dat dit
alleen mag gebeuren onder vermelding van de originele maker
of software programma, of onder toepassing van dezelfde
licentie of licentievoorwaarden. Sommige open source
licenties staan de gebruiker toe te doen en laten met de
software wat hij of zij wil. Dit omvat in sommige gevallen
ook de verwerking van de software in proprietary software,
zodat een bewerking van het programma niet langer
beschikbaar hoeft te zijn onder de open source
licentie.
Het komt er op neer dat de licentie het gebruik van de open
source software regelt. Telkens zal op basis van de
desbetreffende licentie moeten worden bepaald welk gebruik
wel of niet is toegestaan.
4. Hoe weet ik of ik met open source
software te maken heb?
In de licentie die bij de software geleverd wordt staat
vermeld of de software open source of closed source
is.
Licenties zijn vaak zeer juridische documenten, niet zelden
exclusief beschikbaar in het Engels, waardoor het niet
altijd eenvoudig is te achterhalen of de software nu onder
een open source licentie verstrekt is of niet. En zelfs
wanneer dit het geval is, moet nog achterhaald worden tot
hoe ver het gebruikt zich uitstrekt.
Kijk in ieder geval op de website van de organisatie die de
software beschikbaar stelt. Organisaties als Mozilla,
leverancier van de webbrowser Firefox en e-mail programma
Thunderbird, leveren hun software onder de Mozilla
licentie, een open source licentie die gebruik, aanpassing,
verwerking en distributie vrij toestaat zolang vermeld
wordt wat er wordt veranderd en door wie.
Andere bekende projecten zijn Linux, het
besturingsprogramma dat onder andere wordt verspreid door
de organisatie Ubuntu, en het office programma OpenOffice.
Er zijn echter talloze andere open source toepassingen,
variërend van database management systemen tot
webserver applicaties.
Het is niet raadzaam er van uit te gaan dat wanneer
software vrij te downloaden is van een website, dit
automatisch betekent dat het open source software betreft
of dat het gebruik niet gereguleerd is. Weliswaar is een
licentie in strikt juridische zin pas van toepassing op
software wanneer deze aan de gebruiker ter hand is gesteld
voordat de software verkregen is, maar dit kan in de
praktijk grote bewijsrechtelijke problemen opleveren.
Geadviseerd wordt om altijd te achterhalen onder welke
voorwaarde software beschikbaar wordt gesteld.
5. Wat mag ik met de open source
software doen?
Dat hangt af van de licentie. In de licentie staat
beschreven welke bevoegdheden een gebruiker heeft voor de
betreffende software. We beschrijven hieronder een aantal
veelgebruikte licenties
De General Public License (GPL) is de bakermat van
de open source cultuur. Deze licentie is oorspronkelijk
ontworpen door Richard Stallman in 1984 voor het eerste
open source project, GNU. De GPL wordt onder andere
gebruikt voor Linux, OpenOffice en het database management
systeem MySQL. De GPL staat de gebruiker toe de software
oneindig te gebruiken, te distribueren en aan te passen. De
voorwaarde is dat de nieuw verkregen software weer wordt
doorgeleverd onder dezelfde, of in ieder geval niet
mindere, bevoegdheden aan de volgende gebruiker, en dat de
broncode altijd weer beschikbaar blijft.
De webserver applicatie Apache gebruikt zijn eigen
licentie, de Apache Licentie. Deze licentie staat de
gebruiker toe de software te gebruiken en waar gewenst aan
te passen of in andere programma's op te nemen. Wel moet
altijd worden gemeld dat (en wat) er is veranderd en door
wie. Het grote verschil met de GPL is dat de gebruiker geen
beperking wordt opgelegd ten aanzien van
beschikbaarstelling van de broncode. Opname in proprietary
toepassingen is toegestaan, zolang verder gebruik telkens
weer in overeenstemming is met de oorspronkelijke Apache
licentie.
De content management applicatie MMBase, die oorspronkelijk
is ontwikkeld door de VPRO, maakt gebruik van de Mozilla
Public License (MPL). Deze licentie komt in grote
lijnen overeen met de Apache Licentie, maar bepaalt
aanvullend dat niet mag worden gediscrimineerd ten aanzien
van (groepen) personen of de aard van het gebruik. De
gebruiker mag de software dus niet aan bijvoorbeeld alleen
omroepen of ten behoeve van alleen de medische wetenschap
licenseren. Wel is opname in closed source software weer
toegestaan.
6. Wat is 'community based' open source
software?
Community based betekent dat er door een grote groep
gebruikers is samengewerkt en bijgedragen aan open source
software.
Sommige open source projecten komen tot stand door online
samenwerking van grote groepen gebruikers. Doordat de
broncode beschikbaar is, kan iedereen ernaar kijken en er
verbeteringen in aanbrengen. Sommige versies van Linux zijn
hiervan een goed voorbeeld. Zeker in de beginfase van Linux
was het een product dat tot stand kwam door samenwerking en
bijdrages van een grote groep gebruikers.
De tegenhanger van community based open source is de
'gewone' open source. Hierbij treedt een bedrijf of
organisatie op als uitgever van de software. Dit is
bijvoorbeeld het geval bij de organisaties Mozilla of
Ubuntu. Natuurlijk zijn er ook tussenvormen mogelijk,
waarbij een community bijdraagt aan de ontwikkeling van een
programma, waarna het vervolgens door een organisatie wordt
gedistribueerd.
Het verschil in hoe de open source tot stand is gekomen kan
van belang zijn voor de bepaling van de
auteursrechthebbende(n). In geval van community based open
source zijn er namelijk meerdere makers, en dus ook
meerdere rechthebbenden. Een ieder die originele delen van
de software heeft bijgedragen, deelt in het gezamenlijke
auteursrecht dat op de software rust.
In geval van een organisatie die de software uitgeeft, is
de organisatie de rechthebbende op de software. Onder het
Nederlandse auteursrecht kunnen bedrijven eigenaar of
rechthebbende van auteursrecht zijn. Er is dan in principe
één rechthebbende op de software.
De rechthebbende van het auteursrecht op software is
bevoegd om licenties uit te geven. Bij Community based
software is de continuïteit van de gebruikte licentie
van groot belang. Daarom wordt er meestal gekozen voor een
licentie die alle contributors verplicht de voorwaarden van
de originele licentie van toepassing te verklaren op hun
toevoeging.
Vooral bij software die vanuit een brede community basis
tot stand is gekomen, is het vaak lastig te achterhalen of
de licenties wel door iedere contributor zijn nageleefd.
Wie wat heeft bijgedragen (en of dat überhaupt voor
auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt) is niet
altijd even duidelijk. Er is wel kritiek geuit op het feit
dat er op deze manier onzuiverheden ontstaan in de
licentie. Een gebruiker zou daarbij niet zondermeer mogen
uitgaan van een bepaalde licentie.
Gelukkig beschermt het Nederlandse recht in ieder geval de
verkrijging te goeder trouw. Wanneer een gebruiker er
redelijkerwijs vanuit mag gaan dat software onder een
bepaalde licentie beschikbaar wordt gesteld, dan kan hem
een eventueel onbevoegd gegeven licentie niet tegengeworpen
worden. Wel zal de gebruiker eventueel conflicterend
gebruik moeten staken, wanneer dit onverenigbaar zou zijn
met de werkelijke licentie.
Om dit probleem te voorkomen, treden er steeds vaker
organisaties op die de distributie van de software op zich
nemen. Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn Mozilla
en Ubuntu.
7. Wat is het verschil tussen open
source en free software?
Free software moet altijd vrij van beperkingen zijn,
open source software niet altijd.
Free software was het begin van de open source cultuur. Het
begon met de GPL licentie van Richard Stallman in 1984.
Stallman had met deze licentie een duidelijk ideaal voor
ogen: software die vrij was, en ook altijd vrij zou
blijven. Vrij betekent in dit verband 'vrij van
beperkingen' en niet per se 'gratis', of zoals Stallman het
zelf noem: "Free as in freedom, not as in beer".
Open source software omvat ook free software, maar is
ruimer dan alleen dat. Open source staat in principe voor
beschikbaarheid van de broncode, terwijl een licentie
bijvoorbeeld kan bepalen dat de software ook in proprietary
projecten mag worden verwerkt, iets dat de GPL
verbiedt.
8. In de open source licentie staat dat
de software wordt geleverd 'AS IS'. Wat betekent
dat?
De 'AS IS' clausule is een manier voor fabrikanten om
aansprakelijkheid voor de werkzaamheid en functionaliteit
van de software uit te sluiten.
De 'AS IS' clausule wordt veel gebruikt in software
licenties, zowel in open source als in proprietary
software. De clausule heeft tot doel om de
aansprakelijkheid van fabrikanten uit te sluiten door te
bepalen dat de software wordt geleverd 'zoals hij is', met
eventuele gebreken of non-functioneren van dien. Het is een
voortvloeisel uit de jurisprudentie rondom Amerikaanse
software licenties. In Amerika is het gebruikelijk - en ook
mogelijk - om aansprakelijkheid in veel situaties uit te
sluiten.
In Nederland genieten consumenten - personen die niet
handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf - echter
een grote mate van bescherming. Onder het Nederlandse
consumentenrecht is het voor fabrikanten niet mogelijk
aansprakelijkheid volledig uit te sluiten. Dergelijke
algehele aansprakelijkheidsuitsluitingen, waarin een
leverancier zich geheel of ten dele bevrijdt van een
eventuele plicht tot schadevergoeding, worden vermoed
'onredelijk bezwarend te zijn' tegenover particulieren.
Hierbij spelen eventuele gewekte verwachtingen en de prijs
van de software mee.
Daarnaast wordt de Nederlandse consument beschermd tegen
gebrekkige producten. Iedere producent heeft een zogenaamde
productaansprakelijkheid voor de veiligheid van een
product. Wanneer niet kan wordt vastgesteld wie de
producent van een product is (bijvoorbeeld bij community
based open source software), dan geldt iedere leverancier
als producent voor wat betreft de aansprakelijkheid.
Dergelijke aansprakelijkheid voor de veiligheid van het
product valt nooit uit te sluiten.
AS IS clausules komen veelvuldig voor in proprietary
software. Dan heten ze End User License Agreements. Als
daarin alle aansprakelijkheid wordt uitgesloten, of de
werkzaamheid van de software beperkt wordt tot bijvoorbeeld
90 dagen na aankoop, is het onder Nederlands recht goed
aanvechtbaar.
9. Welke risico's zijn er verbonden aan
open source?
Gebruik van open source software levert geen andere
risico's op dan gebruik van proprietary software.
Open source software komt vaak negatief in de media,
vanwege mogelijke risico's aan het gebruik. Veel van die
risico's zijn echter overdreven, of ontleend aan een
Amerikaans rechtssysteem dat in Europa niet van toepassing
is.
Het meest gehoorde bezwaar is dat de open source licentie
geen garantie bevat dat degene die de licentie uitgeeft,
ook rechthebbende is op het werk. De 'echte' rechthebbende
zou de licentie hierdoor achteraf nietig kunnen verklaren
en de gebruiker confronteren met claims. De verkrijger kan
namelijk niet nagaan of de licentie wel bevoegd verleend is
(zie ook het antwoord op vraag 6).
Hoewel 'besmetting' een wezenlijk punt is, biedt closed
source software evenmin volledige zekerheid. Ook in
proprietary software licenties ontbreekt vaak de garantie
dat de licentie bevoegd uitgegeven is, en worden vaak
vrijwaringen opgenomen tegen claims van derden. Proprietary
software maakt echter dankbaar gebruik van het feit dat de
broncode verstopt is, zodat inbreuken niet, of zeer
moeilijk, kunnen worden geconstateerd.
Daarnaast is een veelgehoord punt van kritiek de
rechtsgeldigheid (van de inhoud) van de licentie. Omdat
veel licenties zich inhoudelijk baseren op Amerikaans
recht, en bovendien een Amerikaanse rechter bevoegd
verklaren, zou de Nederlandse gebruiker benadeeld worden in
zijn rechtspositie.
Hoewel veel open source licenties Amerikaans recht van
toepassing verklaren en de Amerikaanse rechter bevoegd,
geldt dit niet voor alle open source licenties. Sommigen
bepalen namelijk dat wanneer het nationale recht een ander
rechtssysteem of een andere rechter zou aanwijzen, dit
aanvullende werking heeft. Het Nederlandse (consumenten)
recht bepaalt op dit punt dat wanneer een consument in
Europa schade heeft geleden, tevens de rechter van de
woonplaats van de consument bevoegd is. Deze bepaling gaat
dan boven een eventuele afwijkende bepaling in een software
licentie.
Bovendien is ook op dit punt open source software niet
anders dan proprietary software. Veel proprietary software
komt uit de V.S. en de licenties bij deze software kennen
vrijwel dezelfde bepalingen. Feitelijk biedt de open source
licentie daarmee dezelfde waarborgen als veel proprietary
software licenties.
|
|
|