|
|
|
Notice en
takedown Laatste update
[28.02.2005]
|
Onder de Europese e-commerce richtlijn (2000/31/EG) riskeren
internetproviders aansprakelijkheid voor eventueel
onrechtmatig materiaal van hun klanten. Hosting providers
moeten na een klacht zelf beoordelen of de publicaties van
hun eigen klanten eventueel onrechtmatig of illegaal zijn, en
als dat het geval is, onmiddellijk de toegang tot de
informatie blokkeren. In Nederland is de richtlijn omgezet in
de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel, die
op 30 juni 2004 in werking is getreden. De manier waarop
providers omgaan met inhoudelijke klachten over websites die
zij hosten wordt ook wel 'Notice en Takedown' genoemd.
Daarover is niets in de wet vastgelegd, maar moet via
zelfregulering worden gestandaardiseerd. Door die mogelijke
aansprakelijkheid vervullen internetaanbieders een centrale
rol in het bepalen van de ruimte en het bereik van de
uitingsvrijheid op internet, zonder dat er een onafhankelijk
rechterlijk oordeel aan te pas komt.
Volgens de e-commerce richtlijn zijn internetproviders in het
algemeen niet aansprakelijk voor het gedrag van hun klanten,
als ze de informatie tenminste niet selecteren of
beïnvloeden. Bij 'caching', het maken van een tijdelijke
kopie om de technische doorgifte mogelijk te maken, en bij
'mere conduit', het bieden van bijvoorbeeld bandbreedte, is
dat niet het geval. Alleen bij hosting, het aanbieden van
ruimte voor zakelijke websites of homepages, riskeert een
provider aansprakelijkheid. Daarbij geldt een zogenaamde
driestappentoets. De provider riskeert pas aansprakelijkheid
nadat hij een klacht heeft ontvangen, als uit die klacht
blijkt dat de onrechtmatigheid onmiskenbaar is en als hij dan
niet ingrijpt. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in
de Tweede Kamer is die aansprakelijkheid iets uitgebreid. In
gevallen waarin een klager schadevergoeding eist
(bijvoorbeeld de muziekindustrie), riskeert een provider
zware claims als het gaat om materiaal waarvan ze
'redelijkerwijs behoort te weten' dat het een onrechtmatig
karakter heeft. Hoe een provider iets zou 'behoren' te weten
blijft in het ongewisse, aangezien de e-commerce richtlijn
providers nadrukkelijk vrijwaart van de plicht om actief te
monitoren.
Op Europees niveau is lang geprobeerd om burgers, providers
en rechthebbenden bij elkaar te brengen en het eens te laten
worden over een standaardprocedure voor omgang met klachten.
Dit Rightswatch project is na 2 jaar uiteen gevallen zonder
overeenstemming over de belangrijkste vraagstukken. Wanneer
is iets 'onmiskenbaar onrechtmatig'? Moeten providers
onmiddellijk ingrijpen na een klacht, of moeten ze een
procedure toepassen van hoor- en wederhoor? Als de provider
er niet uitkomt, mag hij dan klager en klant dan naar de
rechtbank verwijzen, of mag de klager dan de provider
aanklagen? Providers, burgers en rechthebbenden stonden in de
vergaderingen diametraal tegenover elkaar.
Ook in Nederland probeert het ministerie van justitie sinds
begin 2003 om grote partijen bij elkaar te brengen voor een
zelfreguleringsoverleg. Daarbij waren de branche-organisatie
NLIP, het Openbaar Ministerie, de meldpunten voor racisme en
kinderporno en de Stichting Brein aanwezig. Bits of Freedom
is alleen bij de eerste vergadering uitgenodigd, om te
pleiten voor burgerrechten. Daarna heeft het overleg achter
gesloten deuren plaatsgevonden, tussen NLIP en Justitie.
Minister Donner heeft in de brief over terreurbestrijding van
10 november 2004 aangekondigd nog voor het einde van 2004 een
update te sturen aan de Tweede Kamer over de voortgang van
dit overleg.
Die deadline heeft de minister niet gehaald, ook door het
uiteenvallen van de NLIP eind 2004. Het politieke debat over
online vrijheid van meningsuiting had in Nederland inmiddels
wel een nieuwe lading gekregen, van de strijd tegen
bedreigingen en islamitische radicalisering op internet. In
het Kamerdebat over terrorismebestrijding van 9 februari 2005
kondigde minister Donner onderzoek aan naar het strafbaar
stellen van apologetische teksten, danwel vrijwillige
medewerking van providers bij het verwijderen van dergelijke
publicaties. Ook sprak hij over nieuw overleg met de
providers. "Eind februari, begin maart hoop ik met de
serviceproviders te spreken over de maatregelen die genomen
kunnen worden. De Kamer kan voorstellen ter zake verwachten.
In de afgelopen maanden is zelfs al een klein aantal sites
uit de lucht gehaald. Een eerste element is een meldpunt.
Vervolgens is er het vraagstuk van de monitoring. Hoe bewaken
wij wat er verder gebeurt?"
Dat laatste vraagstuk is de kern van het probleem. De
e-commerce richtlijn verplicht providers immers expliciet
niet tot pro-actief toezicht. Toch eisen vertegenwoordigers
van auteursrechten bij voortduring een actieve opstelling van
providers bij het opsporen en bestrijden van inbreuken op hun
rechten, niet alleen bij hosting, maar bij alle vormen van
internetgebruik.
Technisch lijkt het monitoren van alle uitingen onmogelijk,
gezien de enorme dynamiek, de veelzijdigheid en het enorm
grote aantal internetpublicaties. In een debat op 11 februari
op Radio 1 met internetproviders achtte CDA Kamerlid Van
Fessem dit niet zo'n groot probleem. Providers moeten gewoon
beter hun best doen, stelde hij. Maar op de vraag van de
presentatrice, of dat niet hetzelfde was als een heksenjacht
ontketenen op miljoenen heksen, had hij geen weerwoord.
In de praktijk blijft het onduidelijk wanneer een provider
moet ingrijpen, en hoe de balans gewaarborgd kan worden
tussen vrijheid van meningsuiting en rechten van derden. Het
systeem waar de minister aan werkt komt neer op een
overeenkomst tussen de internetproviders, justitie en
belanghebbenden zoals Brein. Meldingen van onrechtmatige of
strafbare sites zouden door een groep onafhankelijke
deskundigen moeten worden beoordeeld. De providers leggen
zich bij die beoordeling neer en zijn van alle
aansprakelijkheid gevrijwaard. Hoe het principe van hoor en
wederhoor wordt toegepast en of de weg naar de rechter
openblijft, is niet ingevuld. Of de deskundigen daadwerkelijk
onafhankelijk zijn, valt ook te betwijfelen. In eerste
instantie denkt Donner eraan om het Meldpunt onder te brengen
bij de KLPD.
Bits of Freedom heeft in de zomer van 2004 een onderzoek
gedaan naar de omgang van providers met klachten over
auteursrecht. Voor de test heeft Bits of Freedom een tekst
uit 1871 uitgekozen van Multatuli (pseudoniem van Eduard
Douwes Dekker) en bij 10 verschillende providers online
gezet. Vervolgens heeft de fictieve 'juridisch adviseur van
het E.D. Dekkers genootschap', Mr. Johan Droogleever, via een
gratis Hotmail adres een klacht gestuurd aan alle providers.
In 70% van de gevallen bleken de providers de tekst te
verwijderen, zonder verder te kijken naar de pagina of de
twijfelachtige herkomst van de klager. Het auteursrecht op
werken verstrijkt 70 jaar na de dood van de auteur. Douwes
Dekker overleed in 1887. Sinds 1957 behoren al zijn werken
dus tot het publieke domein, maar deze basiskennis bleek bij
veel providers niet aanwezig.
Vooral bij zakelijke websites zou je verwachten dat de
provider de belangen van zijn klant zwaar laat wegen, maar
alle drie de geteste zakelijke hostingproviders (Active 24,
iFast en Yourhosting) verwijderden de website,
één zelfs binnen drie uur. Ook twee gratis
toegangsproviders, Tiscali en Wanadoo, verwijderen de tekst
zonder verdere vragen aan de klager. Een Hotmail adres
volstaat dus om een website te verwijderen. De drie geteste
betaalde toegangsproviders (Demon, Planet Internet en XS4ALL)
hanteerden een procedure met een schriftelijke vragenlijst.
Maar alleen XS4ALL bekeek de website daadwerkelijk en
constateerde dat het werk tot het publiek domein behoorde.
UPC liet weten geen klachten te accepteren van een
niet-verifieerbaar Hotmail adres en liet de tekst ook staan.
Freeler reageerde in het geheel niet op de klacht en deed
niets.
Bits of Freedom pleit daarom voor een precieze afbakening van
de aansprakelijkheid van providers, en een concrete invulling
van de notice en takedown procedure, met ruimte voor hoor en
wederhoor. Providers zouden materialen alleen moeten
verwijderen als er onmiddellijk gevaar dreigt, als de
onrechtmatigheid daadwerkelijk onmiskenbaar is of er als er
aantoonbaar grote financiële schade dreigt. In alle
andere gevallen zouden websites online moeten blijven totdat
de rechter een oordeel heeft uitgesproken. Ten slotte pleit
Bits of Freedom voor jaarlijkse publicatie van de aantallen
klachten en gevolgde procedures. Geen enkele provider in
Nederland biedt een dergelijk overzicht aan, wellicht uit
angst dat dergelijke transparantie tot ongewenst publiek
debat leidt.
Wetgeving
Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel
E-commerce
richtlijn (2000/31/EG)
Actueel politiek debat
Radio 1 debat providers
VPRO De Ochtenden - Het Interview, gepresenteerd door Elles
de Bruin (11.02.2005, 09.00-11.00 uur)
Verslag
van de plenaire vergadering d.d. 9 februari 2005 over
terrorismebestrijding
Brief van Remkes en Donner over terrorismebestrijding
Kamerstuk 2004-2005, 29754, nr. 5, Tweede Kamer
(24.01.2005)
Onderzoek / Lezingen
Online
vrijheid van meningsuiting en aansprakelijkheid
internetproviders
Lezing Sjoera Nas voor TILT, Universiteit Tilburg (PDF, 17
februari 2005)
The
Multatuli project: research paper (Engels, rev. 17
oktober 2004)
Onderzoek door Sjoera Nas (Bits of Freedom) naar notice en
takedown bij 10 Nederlandse internetproviders.
The
Multatuli project: ISP notice & takedown (Engels)
Presentatie door Sjoera Nas (Bits of Freedom) tijdens het
SANE-congres in Amsterdam op 1 oktober 2004.
Tekst uit E.D.Dekkers 'Duizend en enige
hoofdstukken over specialiteiten' (eerste druk 1871,
herdrukt door Salamander in 1981, blz 76-94.).
De gewraakte webpagina met de tekst van Multatuli.
How
‘Liberty’ disappeared from Cyberspace
Eerder praktijkonderzoek met 2 homepages door Christian
Ahlert, Chris Marsden en Chester Yung van the Oxford
university centre for socio-legal studies,
Study:
ISPs too eager to take down legal content
Samenvatting Liberty-onderzoek in EDRI-gram (19.05.2004)
Artikelen
The
future of freedom of expression on-line - why ISP
self-regulation is a bad idea.
Artikel van Sjoera Nas (Bits of Freedom) gepubliceerd in
Spreading the Word on the Internet, OSCE 2003.
Spreading
the Word on the Internet, 16 answers to 4 questions.
Reflections from the Amsterdam Conference on Freedom of the
Media and the Internet, OSCE, June 2003.
|
|
|