Dit is een pagina uit het archief van Bits of Freedom. Ga naar de nieuwe website voor actuele informatie.
Bits of Freedom
 Over BOF
 BoF in het nieuws
 Nieuwsbrief
 Sponsors
 Internationaal
 Contact
 Privacy
 English
 Dossiers:
 Activisme-gids
 Aftappen
 Auteursrecht
 Cryptografie
 Open Source FAQ
 Notice & takedown
 RFID
 Spam
 Verkeersgegevens
Dossier verkeersgegevens    Laatste update 05.12.2005

  1. Inleiding
  2. Voorstellen
  3. Tien Fabels over de bewaarplicht
  4. Geschiedenis
  5. Politieke ontwikkelingen
  6. BOF campagne
  7. Internationaal
  8. Links
2. Voorstellen

Politie, justitie en inlichtingendiensten willen graag toegang tot de (historische) verkeersgegevens van aanbieders van internet, vaste en mobiele telefonie. Dat wil zeggen dat ze willen kunnen zien wie met wie waarvandaan heeft gebeld, ge-sms't en ge-e-maild en welke andere dingen mensen op internet hebben gedaan, zoals het bezoeken van websites. De Europese ministers van justitie en Binnenlandse Zaken bespreken sinds april 2004 een ingrijpend voorstel om de verkeersgegevens van alle inwoners van de EU systematisch één tot vier jaar op te laten slaan en toegankelijk te maken voor opsporingsdiensten uit heel Europa.

Het voorstel is zeer controversieel, omdat het raakt aan de privacy van alle 450 miljoen inwoners van de EU en omdat de aanbieders (met name internetproviders) hoge kosten moeten maken om aan alle wensen te voldoen. Maar het voorstel is ook controversieel omdat het Europees Parlement, de Europese Commissie volledig buiten spel stonden. De ministers van justitie en binnenlandse zaken meenden dat ze dit besluit zelfstandig konden nemen in de zogenaamde derde pijler, waarbij het Europees Parlement alleen (vrijblijvend) adviesrecht heeft.

Het Europese Parlement (de commissie Juridische Zaken) bracht op 31 maart 2005 een vernietigend advies uit over de rechtsgrondslag. Ook de eigen juridische diensten van de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie brachten een negatief advies uit over de rechtsgrondslag van het ontwerp-Kaderbesluit (resp. op 22 maart 2005 en 5 april 2005).

Alle drie de adviezen stellen vast dat het voorstel zulke ingrijpende gevolgen heeft voor de interne markt dat alleen de Commissie met een voorstel mag komen over de aard en duur van een bewaarplicht. Op 21 september 2005 heeft de Commissie alsnog zelf een voorstel ingediend voor een Richtlijn met betrekking tot de bewaarplicht. Een Richtlijn is regelgeving die van toepassing is op alle lidstaten van de Europese Unie. De Lidstaten zijn verplicht deze regelgeving over te nemen in hun nationale wetgeving.

De werkgroep van Europese privacy-toezichthouders (de Artikel 29 Werkgroep) bracht op 15 november 2005 haar advies uit. De werkgroep acht de voorgenomen bewaarplicht in strijd met artikel 8 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en pleit voor onderzoek naar een alternatieve mogelijkheid om verkeersgegevens op slaan van individuele verdachten (bevriezingsbevel).

Het Kaderbesluit is ook omstreden omdat het doel de bestrijding van misdrijven in het algemeen is, dus zeker niet beperkt tot terrorisme en/of ernstige criminaliteit. Bovendien wordt het vereiste van dubbele strafbaarheid losgelaten bij het overdragen van gegevens aan andere EU-lidstaten. Tevens is er sprake van een minimum bewaartermijn van zes maanden voor lidstaten die eventueel willen afwijken voor sommige gegevens, en een maximum van vier jaar.

Doordat de Commissie zelf met een voorstel komt blijft er voor het Parlement meer ruimte over om invloed uit te oefenen op de bewaarplicht verkeersgegevens. Het voorstel wijkt in zoverre af dat de termijnen voor het bewaren van verkeersgegevens van telefonie een jaar bedragen en die van internet een half jaar. De Richtlijn bevat ook bepalingen waarin een financiële tegemoetkoming voor internetproviders is opgenomen. Tot nu toe hebben het Europees Parlement en de Europese Raad het voorstel niet goedgekeurd.

Op voorstel van Litouwen heeft de Raad op 15 april een lijst opgesteld van de soorten gegevens. Daarbij gaat het om elke inkomende en uitgaande byte van internetverkeer en moeten ook wachtwoorden en pincodes worden bewaard en op verzoek verstrekt.

Met de bewaarplicht verkeersgegevens slaat Europa een fundamenteel andere weg in bij de opsporing van de misdaad; van gerichte opsporing naar algemeen toezicht op alle burgers. Het alternatief, namelijk gerichte opslag van gegevens van verdachten, wordt in beide voorstellen afgedaan met de bewering dat het soms nodig is voor de opsporing om maanden of jarenlang later gegevens op te vragen over een verdachte. Het is de vraag of een dergelijke onderbouwing voldoet aan de Europese privacy-normen van proportionaliteit, effectiviteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid in een democratische samenleving. Het gevaar dreigt dat de samenleving volledig ten dienste wordt gesteld van opsporing, in plaats van omgekeerd.