Dit is een pagina uit het archief van Bits of Freedom. Ga naar de nieuwe website voor actuele informatie.
Bits of Freedom
 Over BOF
 BoF in het nieuws
 Nieuwsbrief
 Sponsors
 Internationaal
 Contact
 Privacy
 English
 Dossiers:
 Activisme-gids
 Aftappen
 Auteursrecht
 Cryptografie
 Open Source FAQ
 Notice & takedown
 RFID
 Spam
 Verkeersgegevens
Dossier verkeersgegevens    Laatste update 05.12.2005

  1. Inleiding
  2. Voorstellen
  3. Tien Fabels over de bewaarplicht
  4. Geschiedenis
  5. Politieke ontwikkelingen
  6. BOF campagne
  7. Internationaal
  8. Links
4. Geschiedenis

De roep om een bewaarplicht is niet nieuw. In tegendeel. Sinds 2002 circuleren er al wensenlijstjes van Interpol, Europol en de politie-werkgroep van de G8 over de omvang en inhoud van de gewenste gegevensopslag. De besluitvorming raakte in een stroomversnelling na de aanslagen in Madrid op 11 maart 2004. Op 25 maart 2004 nam de Raad van Europa (bestaande uit de staatshoofden van de EU-lidstaten) een nieuwe lijst anti-terroristische maatregelen aan, waaronder het plan om per 1 juni 2005 een algemene bewaarplicht in te voeren voor gegevens over telecom- en internetgebruik van alle Europese burgers. Op 28 april 2004, amper een maand na het besluit van de Raad om opslag van verkeersgegevens een hoge prioriteit te geven, dienden Groot-Brittannië Frankrijk, Ierland en Zweden het concrete voorstel in bij de Raad om alle telecommunicatiegegevens tussen de één en drie jaar te bewaren.

Het voorstel van de vier lidstaten werd voorafgegaan door de nieuwe Richtlijn voor privacy en elektronische communicatie, die in mei 2002 door het Europees Parlement werd aangenomen. De Richtlijn, bedoeld om de privacy te beschermen, werd op het laatste moment voorzien van een apart artikel (15) dat het mogelijk maakt om een bewaarplicht in te voeren, mits dat "in een democratische samenleving noodzakelijk, redelijk en proportioneel is ter waarborging van de nationale, d.w.z. de staatsveiligheid, de landsverdediging, de openbare veiligheid, of het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten of van onbevoegd gebruik van het elektronische-communicatiesysteem."

Voorstanders van de bewaarplicht verdedigden de Richtlijn toen met het argument dat deze alleen een bewaarplicht mogelijk maakte en dat het aan de nationale parlementen voorbehouden zou zijn om daar ook daadwerkelijk invulling aan te geven. Inmiddels blijkt wat de critici van de bewaarplicht steeds hebben gevreesd, namelijk dat de aanpassing van de e-privacy Richtlijn slechts een laatste formele hobbel was die de Europese regeringen moesten nemen op weg naar de gewenste en reeds lang van te voren geplande eindbestemming; een systematische bewaarplicht voor alle verkeersgegevens van alle EU burgers.

Onder Deens voorzitterschap van de EU werd in de zomer van 2002 een vragenlijst rondgestuurd aan de lidstaten, met de vraag naar de huidige en de gewenste wettelijke mogelijkheden voor een bewaarplicht. Uit de uitgelekte antwoorden bleek dat veel lidstaten wetgeving in voorbereiding hadden. Veel lidstaten gaven aan gebruik te willen maken van de mogelijkheid in de Richtlijn privacy en elektronische communicatie om een specifieke wettelijke bewaarplicht in te voeren. Sommigen (zoals Spanje en Denemarken) hadden hun telecommunicatie-wetgeving onmiddellijk aangepast nadat de Richtlijn was aangenomen door het Europees Parlement maar geen van deze landen had en heeft specifieke lijstjes opgesteld van gegevens die bewaard moeten worden. De enige twee lidstaten in de EU met een wettelijke bewaarplicht zijn Italië (telefoonaanbieders moeten verkeersgegevens twee jaar bewaren) en Nederland (aanbieders van prepaid anonieme GSM-abonnementen moeten de lokatiegegevens drie maanden bewaren zodat de politie de identiteit van de beller kan achterhalen en een tapbevel kan uitvaardigen).

Eind februari 2005 heeft Ierland als tweede land in de EU een wettelijke algemene bewaarplicht doorgevoerd voor verkeersgegevens voor vaste en mobiele telefonie. Daar is iets eigenaardigs mee aan de hand. Het ministerie van economische zaken had in april 2002 een geheim decreet opgesteld, waardoor alle aanbieders verplicht zouden zijn verkeersgegevens drie jaar te bewaren. Toen dit geheime decreet uitlekte, barstte er een groot schandaal los. De minister beloofde een echt wetsvoorstel aan het Ierse Parlement te sturen, maar eind 2004 was dit nog niet gebeurd. In januari 2005 kondigde de Ierse privacy-toezichthouder, Joe Meade, daarom aan dat alle bedrijven onder de privacy-wetgeving verplicht waren om uiterlijk op 1 mei 2005 alle historische persoonsgegevens te vernietigen die ouder waren dan zes maanden. De Ierse minister van justitie wilde dit kost voor kost voorkomen en heeft daarom eind februari 2005 een nieuwe passage aan een algemene veiligheidswet toegevoegd, een paar uur voordat de wet definitief werd aangenomen. Daarin wordt een wettelijke bewaarplicht geregeld van drie jaar voor (de meest eenvoudige) verkeersgegevens van vaste en mobiele telefonie. De Ierse minister heeft daarbij expliciet toegegeven dat zijn pogingen om dit via Europa te regelen, mislukt leken nu de Europese Commissie bezwaar maakte.