Dit is een pagina uit het archief van Bits of Freedom. Ga naar de nieuwe website voor actuele informatie.
Bits of Freedom
 Over BOF
 BoF in het nieuws
 Nieuwsbrief
 Sponsors
 Internationaal
 Contact
 Privacy
 English
 Dossiers:
 Activisme-gids
 Aftappen
 Auteursrecht
 Cryptografie
 Open Source FAQ
 Notice & takedown
 RFID
 Spam
 Verkeersgegevens
Dossier verkeersgegevens    Laatste update 05.12.2005

  1. Inleiding
  2. Voorstellen
  3. Tien Fabels over de bewaarplicht
  4. Geschiedenis
  5. Politieke ontwikkelingen
  6. BOF campagne
  7. Internationaal
  8. Links
5. Politieke ontwikkelingen

Op donderdag 24 november 2005 heeft de meerderheid van de commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) in het Europese Parlement voor de invoering van de bewaarplicht met een bewaartermijn van 6 tot 24 maanden gestemd. Op 12 december stemt het Europees Parlement in plenaire over het voorstel. De uitkomst van de stemming is een forse tegenvaller. Tijdens de vergadering bleek dat de meerderheid van de parlementariërs ook voor het opslaan van e-mail- en internettelefoniegegevens was. Doordat Europarlementariër Kathalijne Buitenweg op procedurele gronden met succes bezwaar maakte, werd over dit punt uiteindelijk niet gestemd. De amendementen gaan verder dan de oorspronkelijke plannen van de Europese Commissie. LIBE wil immers internetdata maximaal 1 jaar bewaren terwijl de Europese Commissie zich wilde beperken tot 6 maanden.

Na een eerste vergadering van LIBE (commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement) op maandag 24 oktober 2005, leek het alsof een meerderheid van sociaal-democraten, groenen en een aantal liberalen bereid waren om het gehele internet gedeelte uit de bewaarplicht te schrappen. De bedoeling was om te focussen op de bewaarplicht rondom telefonie met een periode van 3 maanden. Volgens Europees parlementariër en rapporteur van het Europees Parlement, Alexander Alvaro, zou ook de gevreesde comitologie procedure, die het mogelijk maakt de lijst met de te bewaren gegevens uit te breiden zonder dat het Europees Parlement inspraak heeft, geschrapt moeten worden. Tevens zal de flexibele technische annex vervangen moeten worden door een beperkte lijst met data die geïmplementeerd zal moeten zijn in de Richtlijn zelf. Alvaro wilde ook dat de term "serious crimes" vervangen wordt door een beperkte lijst van strafbare feiten, met inbegrip van terrorisme, seksuele uitbuiting van kinderen, millieudelicten, kaping, verkrachting en brandstichting. Ook wilde Alvaro de term "preventie" uit de reikwijdte van de bewaarplicht halen en de Richtlijn een beperkte geldigheid van 5 jaar te geven. Daarna zouden Commissie en Parlement het nut van de bewaarplicht moeten evalueren.

Tegelijkertijd heeft ITRE (commissie voor industrie, externe handel, onderzoek en energie) haar veranderingen publiek bekend gemaakt, gezamenlijk met het rapport van Angelika Niebler (christen-democraten). De veranderingen stellen een periode van 6 maanden voor de opslag van telefonie en 3 maanden voor internet data. Allen zijn ze in de veronderstelling dat de comitologie procedure geschrapt moet worden, dat gemiste oproepen niet bewaard moeten worden en dat er een financiële vergoeding voor providers moet komen.

In Nederland hebben zowel de Tweede als de Eerste Kamer sinds december 2004 herhaaldelijk zeer kritische vragen gesteld aan minister Donner van justitie, vooral omdat er geen onderbouwing is voor de stelling dat de bewaarplicht noodzakelijk is voor de bestrijding en voorkoming van criminaliteit en terrorisme.

Op 2 november 2005 heeft de commissie voor de JBZ-Raad van de Eerste Kamer kritische vragen aan minister Donner gesteld over de bewaarplicht. De commissie behandelt voorstellen die in de Raad van ministers van justitie en Binnenlandse Zaken van de Europese Unie (de JBZ-Raad) aan de orde zijn. De commissie voor de JBZ-Raad van de Eerste Kamer is unaniem in haar beslissing om minister Donner geen groen licht te geven voor instemming met de bewaarplicht. Omdat besluiten in de Raad van Ministers van de EU alleen unaniem genomen kunnen worden, zorgt de Eerste Kamer hierdoor voor een effectieve blokkade. De Europese ministers zijn door deze blokkade en juridische obstakels gedwongen een besluit over te laten aan de Europese Commissie en het Europees Parlement.

In een brief van Donner en Remkes aan de Tweede Kamer waarin verslag wordt gedaan van de bijeenkomst van Europese ministers van justitie en binnenlandse zaken op 12 oktober 2005 staat daarover: "Minister Donner gaf aan dat het Nederlandse Parlement bezwaren heeft tegen zowel de inhoud, als de vorm van het ontwerp-Kaderbesluit en dat derhalve Nederland slechts met een Richtlijn als instrument kan instemmen." Donner loopt in de brief alvast vooruit op de situatie die zou ontstaan wanneer de Europese Commissie en het Europees Parlement met de bewaarplicht akkoord gaan. "Op basis van overwegingen van opsporing en bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit dient het mogelijk te zijn verdergaande maatregelen te treffen. Minister Donner benadrukte dat een Richtlijn geen beperkingen mag stellen aan hetgeen in het belang van de opsporing noodzakelijk is." De commissie voor de JBZ-Raad van de Eerste Kamer vecht ook allerlei technische aannames van Donner aan. Zo baseert Donner zijn verwachtingen over VoIP (telefonie via internet) op telefonie via de aanbieders terwijl de commissie verwacht dat peer-to-peer telefonie (zoals Skype) een veel grotere vlucht zal nemen. Ook vergeet de minister dat communicatie via tunnels naar buitenlandse servers en mail binnen games zich aan een bewaarplicht onttrekken. Hierdoor zal een bewaarplicht niet effectief zijn.

In een terughoudend geschreven rapport heeft de Artikel 29 Werkgroep op 19 oktober 2005 zowel kritiek geuit op de Commissie als de Raad als het gaat om de bewaarplicht. De Artikel 29 Werkgroep is het onafhankelijke overlegorgaan van Europese nationale privacy-toezichthouders, dat de Europese Commissie over privacy-kwesties adviseert. In hun rapport wordt gesproken over een 20-tal beveiligingen die noodzakelijk zijn om een bewaarplicht veilig te laten geschieden. Over de noodzakelijkheid van een bewaarplicht zoals voorgesteld door de Commissie en de Raad zijn ze niet van mening veranderd.

Donner's voorspelling dat hij waarschijnlijk geen instemming van de Eerste Kamer zou krijgen voor het ontwerp-Kaderbesluit is op 11 oktober 2005 uitgekomen. Die dag heeft de JBZ-commissie van de Eerste Kamer vergaderd over de agenda van de JBZ-raad van 12 en 13 oktober. De JBZ-commissie heeft daarbij op "formele en inhoudelijke gronden" instemming onthouden aan het ontwerp-Kaderbesluit. Naar aanleiding van antwoorden van Donner op vragen van Hans Franken (CDA) zal de commissie nadere schriftelijke vragen stellen over het voorstel. De zeer kritische inbreng van Franken wordt door de gehele commissie ondersteund: "Er zal nogmaals benadrukt worden dat het lid Franken tijdens het mondeling overleg namens de gehele commissie heeft gesproken."

Op 5 oktober 2005 debatteerden de justitie-experts van de Tweede Kamer uitgebreid met minister Donner over de noodzaak van de bewaarplicht. Net als bij een eerder rondetafelgesprek van 28 september 2005 gaven CDA en VVD aan dat ze de noodzaak overtuigend bewezen achtten. GroenLinks, PvdA en SP bleven hameren op het gebrek aan onderbouwing door het Erasmus rapport. Opmerkelijk was de ommezwaai van D66; Lousewies van der Laan (D66) kon plotseling akkoord gaan met het voorstel. Donner gaf uiteindelijk toe dat het Erasmus rapport de noodzaak voor een bewaarplicht niet kon staven. Volgens hem was dit uiteindelijk een puur theoretische kwestie. Het onderzoek van de Erasmus Universiteit naar het gebruik van verkeersgegevens toont geen nut of noodzaak voor een bewaarplicht aan. De aanbieders van telefonie en internet in Nederland kunnen in nagenoeg alle gevallen de gevraagde gegevens verstrekken aan justitie. Toch bevelen de onderzoekers een bewaarplicht aan. Waar de onderzoekers in hun conclusies eerst zeggen dat "het onderzoek geen antwoord [geeft] op de vraag of zo’n bewaarplicht ook daadwerkelijk invoering verdient", schrijven zij enkele bladzijden verder dat "het dan ook tot aanbeveling [strekt] aansluiting te zoeken bij de in het Kaderbesluit voorgestelde bewaartermijn van één jaar".

Op de bijeenkomst vroegen Kamerleden vrijwel unaniem om het voorstel van de ministers van justitie en binnenlandse zaken (JBZ-raad) te laten vallen en in plaats daarvan de behandeling van de Richtlijn af te wachten in het Europees Parlement. Ook drongen alle Kamerleden aan op toetsing van het gebruik door een rechter-commissaris. Donner serveerde dit verzoek af door te zeggen dat alle bevoegdheden geregeld waren in artikel 126na tot en met ua Wetboek van Strafvordering. Die artikelen zijn aangepast in september 2004, door de inwerkingtreding van de Wet vorderen gegevens telecom. Daardoor ligt, met instemming van alle partijen, de bevoegdheid tot het opvragen van verkeersgegevens een flinke stap lager, bij de officier van justitie en mag iedere opsporingsambtenaar grasduinen in de database met gegevens wie bij welk e-mail adres of IP-nummer hoort. Met de plannen van het Kabinet om de AIVD uitgebreide dataminingbevoegdheden te geven, schept de bewaarplicht wel degelijk nieuwe mogelijkheden.

Op 27 september 2005 heeft ook het Europees Parlement heeft vrijwel unaniem voor een rapport gestemd van de Duitse liberale rapporteur Alexander Alvaro. In het rapport wordt de voorgestelde besluitvorming door de Raad van ministers van justitie en Binnenlandse Zaken onrechtmatig genoemd. Het rapport concludeert dat het voorstel voor de bewaarplicht van verkeersgegevens disproportioneel is, niet effectief en in strijd met het beginsel dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Het Europees Parlement wees opnieuw met grote meerderheid het voorstel voor een bewaarplicht van de Europese ministers van justitie af. Het voorstel van de Commissie maakt hierdoor meer kans.

Op 21 september 2005 lanceerde de Europese Commissie eindelijk een eigen voorstel voor een Richtlijn voor het bewaren van verkeersgegevens. Frattini, Europees commissaris, onderstreepte nogmaals hoe belangrijk het is dat het bewaren van verkeersgegevens valt onder de reikwijdte van de eerste pijler. Frattini was ervan overtuigd dat het voorstel nog voor het einde van 2005 zou worden overgenomen door het Parlement. Het voorstel van de Commissie lijkt erg op het laatste voorstel van de Ministers van justitie. Het verschil zit in het feit dat de termijn van bewaren in het commissie voorstel maar één jaar is, inclusief de lokatiegegevens van mobiele telefoons. Internetdata zou 6 maanden bewaard moeten blijven. Het is overigens ook de Commissie niet gelukt om nut en noodzaak aan te tonen. Het voorstel is ook gericht op de preventie van criminaliteit waardoor het gevaar van onbeperkt zoeken in de opgeslagen gegevens bestaat (data-mining). Het voorstel maakt het mogelijk de lijst van te bewaren verkeersgegevens uit te breiden via de zogenaamde Comitologie procedure. Comitologie betekent dat de Europese Commissie vergadert met ambtenaren van de lidstaten over uitbreidingen van de lijst, zonder dat het Europees Parlement akkoord hoeft te gaan. Tijdens de persconferentie bij de presentatie van het Commissie voorstel gaf Eurocommissaris Frattini al aan dat de 'mislukte beloproepen', die nu buiten de bewaarplicht vallen, als eerste via Comitologie zouden worden toegevoegd.

De Europese ministers van justitie bespraken de plannen verder op 8 september 2005. EU-voorzitter Groot-Brittannië wil het plan er dit jaar nog doorheen krijgen. De Europese Commissie kwam in september met haar eigen voorstel en hoopt dat de ministers hun plan dan laten vallen. De ministers hebben grote moeite om de vereiste unanimiteit binnen de Europese Raad te bereiken, onder andere doordat het Nederlands Parlement minister Donner verboden heeft akkoord te gaan.

De vaste commissie justitie van de Tweede Kamer heeft op 6 september 2005 met minister Donner overlegd over de agenda van de JBZ-raad die op 8 en 9 september in Newcastle plaatsvond. Tijdens het overleg heeft de Kamer, met steun van regeringspartij D66, de minister nog eens gewezen op het feit dat hij niet mocht instemmen met een Kaderbesluit voor een bewaarplicht totdat de uitkomsten van het Erasmus rapport met de Kamer waren besproken. Dat was het resultaat van de motie Vendrik die op 2 juni 2005 door de Tweede Kamer was aangenomen. De Kamerleden spraken daarom hun verbazing uit over het feit dat Donner pas de dag voor het overleg zijn standpunt over het Erasmus rapport naar de Kamer stuurde. Tijdens het Algemeen Overleg werd duidelijk dat GroenLinks (Europarlementariër Buitenweg) maar ook D66, PvdA, GroenLinks en SP een gezamenlijk standpunt konden formuleren. CDA en VVD steunden de minister wel voluit en noemden het nut van een bewaarplicht "onbetwist". Na herhaald aandringen van de andere Kamerleden konden zij echter niet aangeven of besluitvorming via de Raad van Ministers (derde pijler) dan wel de Commissie en het Europees Parlement (eerste pijler) de voorkeur had.

Dat de verschuiving opmerkelijk is, blijkt uit de politieke ontwikkeling die de bewaarplicht dit jaar heeft doorgemaakt Op 2 juni 2005 is er een motie aangenomen (met steun van Groen Links, PvdA, D66, SP, Christen Unie en LPF) die minister Donner opdroeg in de JBZ-raad te bewerkstelligen dat er niet verder gesproken zou worden over de bewaarplicht tot het beloofde onderzoek openbaar was gemaakt en bediscussieerd in het Parlement. Ook de Eerste Kamer stuurde op 31 mei 2005 een strenge brief aan de minister, waarin hem zelfs werd verboden verder over dit onderwerp te spreken in de JBZ-raad. Hiervan heeft minister Donner zich niets aangetrokken. Tegenover het ANP verklaarde hij zelfs: "Het leek me niet in het belang van Nederland om mijn mond te houden, zoals de senaat wilde. Ons voorbehoud belemmert niet om te discussiëren over de substantie." Ook op 12 april 2005 debatteerde de Tweede Kamer uitgebreid over de voorgenomen bewaarplicht. Een meerderheid van PvdA, Groen Links, SP, D66 en LPF stelde vast dat Nederland niet akkoord kon gaan zonder dat er duidelijk bewijs was van het nut, de noodzaak en de effectiviteit van de voorgenomen bewaarplicht. Gevraagd naar de legitimiteit van de rechtsgrondslag antwoordde minister Donner dat hij daarin geen enkel probleem zag. De JBZ-raad zou gewoon doorgaan met de voorbereidingen en pas een beslissing nemen nadat de Commissie met een eigen voorstel was gekomen.

Minister Donner heeft de Tweede Kamer steeds voorgehouden dat de bewaarplicht voor bel- en surfgedrag geen inbreuk op de privacy is, dat de gegevens uitsluitend bewaard worden door de aanbieders, dat de politie de verkeersgegevens van een bepaald persoon pas mag opvragen wanneer daar voldoende aanleiding toe is in een onderzoek. Maar met betrekking tot het gebruik van verkeersgegevens door inlichtingendiensten lijkt meer aan de hand. De AIVD laten weten in FEM Business dat zij 600 nieuwe medewerkers gaat werven die o.a. gecompliceerde zoekopdrachten uitvoeren binnen de opgeslagen gegevens zonder dat zij een bepaald persoon op het oog hebben. De dienst kan in dat geval intensief zoeken naar gedragspatronen, vooral dankzij de lokatiegegevens van mobieltjes. De lokatiegegevens vertegenwoordigen de bewegingen van iedere mobiele telefoon in Nederland over een lange tijd .

Al eerder dit jaar kreeg Donner uit de kamer kritische geluiden te horen. Nadat een verzoek van Donner om een mondeling overleg in juni dit jaar tot september uit te stellen door de JBZ-commissie werd afgewezen, heeft de Eerste Kamer zich zeer kritisch over de voorgestelde bewaarplicht verkeersgegevens uitgelaten. Dat bleek tijdens een mondeling overleg met minister Donner op 28 juni 2005. CDA-senator Franken sprak een vernietigend oordeel uit over het voorstel om het bel- en surfgedrag van alle burgers minimaal een jaar te bewaren. Franken stelde dat "de stelselmatige kennisneming van verkeers- en lokatiegegevens de mogelijkheid [biedt] een min of meer volledig beeld te krijgen van bepaalde aspecten van iemands leven. In dat geval is sprake van een inbreuk op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer." Franken erkent dat de maatregel geoorloofd kan zijn wanneer dat "in een democratische samenleving noodzakelijk" is. Maar volgens Franken blijkt dat "een redelijke verhouding tussen doel en middelen ontbreekt, omdat de bewaarplicht niet alleen ongeschikt, maar ook niet nodig is en voor de betrokkenen een onredelijke belasting betekent. Minister Donnner had nauwelijks een weerwoord tegen de argumenten van Franken.

Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, noemt de bewaarplicht "een ongekende stap om gegevens van burgers preventief vast te leggen ten behoeve van de opsporing". Kohnstamm zei dat historische data natuurlijk van belang zijn voor de opsporing "maar het is niet aangetoond dat de bewaarplicht een toegevoegde waarde heeft". Ook pleit hij ervoor dat de politie eerst ervaring opdoet met het bevriezingsbevel als alternatief middel. Met dit middel kan de politie de vastlegging vorderen van de verkeersgegevens van een specifieke verdachte. Het bevriezingsbevel is onderdeel van de wet Computercriminaliteit II die op 27 september 2005 door de Tweede Kamer is aangenomen. Kohnstamm noemde ook het onderzoek naar de aanslagen in de VS van 11 september 2001 waaruit bleek dat de verschillende diensten een hoop informatie over de daders hadden maar de puzzelstukjes niet bij elkaar hadden gelegd. Kohmstamm waarschuwde dat "ieder aanbod zijn eigen vraag schept". Daardoor zal een bewaarplicht vrijwel zeker leiden tot de roep om nieuwe bevoegdheden voor het gebruik van deze gegevens.