De week in 297 woorden

Transparantie is meer dan alleen cijfers

Facebook maakt alles beter – voor zichzelf

Gisteren spraken we op een door Google georganiseerd symposium over het belang van transparantie. Zo lang niet helder is wat de overheid kan en hoe ze die capaciteiten inzet, is een gezond en kritisch debat namelijk niet mogelijk. We gaven daarom enkele criteria voor betekenisvolle transparantie.

Cijfers zeggen op zichzelf helemaal niets. Onze wob-verzoeken steken we daarom altijd breed in: we willen niet alleen weten hoe vaak een bepaald opsporings­middel wordt gebruikt, maar ook hoe en wanneer. Bedrijven en de overheid kunnen zich de moeite van het opstellen van een transparantierapport besparen als dat niet ook volledig, begrijpelijk, gedetailleerd en gecontextualiseerd is.

Een transparantierapport moet volledig zijn. Als bepaalde informatie al niet openbaar gemaakt kan worden, dan moet op zijn minst dát erbij staan. We hebben immers niets aan een rapport waarin staat dat een bepaalde bevoegdheid in een jaar tijd 9.000 keer is ingezet als 34.000 andere inzetten van diezelfde bevoegdheid geheim blijven. Eén keer een geheimhouding niet vermelden betekent eeuwig wantrouwen.

Een transparantierapport moet begrijpelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat de getallen in het rapport precies representeren. Jaarlijks 50.000 “aan interceptie gerelateerde vorderingen” zegt niet veel als er niet ook bij vertelt wordt wat precies daaronder valt. Zijn dit alleen de vorderingen die nodig zijn om een verbinding af te tappen, zoals “welke telefoonnummers gebruikt deze verdachte”? Of valt de inbeslagname van een mobiele telefoon hier ook onder?

Een transparantierapport moet gedetailleerd zijn. Want een jaarlijks aantal van 30.000 vorderingen zegt niet zoveel als één vordering betrekking kan hebben op één individu, maar net zo goed ook honderd. Als de politie het laatst gebruikte bankrekeningnummer opvraagt, is dat natuurlijk van een heel andere orde dan wanneer de politie het communicatiegedrag over een heel jaar opvraagt. En net zo goed is het belangrijk om te weten met welk doel gegevens werden opgevraagd: de verdenking van een moord is weer heel iets anders dan de diefstal van een pakje peuken.

Een transparantierapport moet gecontextualiseerd zijn. Het is niet alleen belangrijk om te weten wie wanneer en waarom toegang tot bepaalde gegevens heeft gehad, maar ook hoe dat is geregeld. Welke procedures zijn er opgesteld om er voor te zorgen dat alleen zij die bij die gegevens moeten kunnen ook echt de enigen zijn die bij die gegevens kunnen? En wordt dat beleid ook gevolgd in de praktijk?

Transparantierapporten die niet meer bevatten dan een tabelletje, zijn slechts voedingsbodem voor wantrouwen en complotdenken. Betekenisvolle transparantie levert op zijn best complimenten en op zijn slechtst een kritisch debat op. Van beiden wordt iedereen beter.

  1. aluhoedje

    transparantierapporten zijn zowiezo een wassen neus.
    wel aangeven van “we hebben 30 aanvragen voor een google+ profiel gekregen” maar vervolgens vergeten te vertellen dat er twee glasvezelbundels naar de No-Such-Agency liggen is in mijn optiek zinloos en zelfs misleidend. En dan hebben we het nog niet eens gehad over die geheime rechtbanken (gelukkig vinden die naieve Amerikanen dat wel democratisch, zeker omdat ze verzekerd worden dat er geen Amerikanen zelf bespiedt worden, nog naiever en betonblok voor het hoofd dat ze dat #1 accepteren en #2 geloven).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.