Privacy: van kennis tot gedrag

Overheidssurveillance, waar trekken we de grens?

Wat weet Google eigenlijk over jou?

Op woensdag 8 maart organiseerde LUX Nijmegen een verkiezingsdebat over privacy: Privacy Matters. Ik sprak daar de volgende column uit, over de vraag wanneer we een keer een grens trekken op het gebied van overheidssurveillance.

Ik sta hier toch eigenlijk wel als een teleurgesteld mens. Dat moet ik even kort uitleggen.

Ik werk dus voor Bits of Freedom, een stichting die opkomt voor digitale burgerrechten en internetvrijheid. We vinden dat je als mens autonoom je eigen leven vorm moet kunnen geven. En we vinden dat je daarvoor het internet —dat ongelooflijk mooie en toegankelijke stuk gereedschap— vrij moet kunnen gebruiken. Wij weten dat je voor het vormgeven van je identiteit —voor het jezelf kunnen worden zeg maar— dat je daar een privésfeer voor nodig hebt. We weten allemaal dat je je anders gaat gedragen als je bekeken wordt. Dat zit letterlijk in onze biologie ingebakken.

Een korte terzijde: Er is onderzoek gedaan op een plek waar mensen voor koffie moesten betalen via een honour-system. Je moest dus eerlijk zijn en zelf het geld in een bakje stoppen. De onderzoekers konden natuurlijk precies zien hoeveel koffie er was gedronken en hoeveel er was betaald. Op een gegeven moment hebben ze een plaatje van een groot oog opgehangen. Echt een plaatje, niets meer dan dat. Wat bleek? Er gingen significant meer mensen voor hun koffie betalen! We gedragen ons anders als we ons bekeken voelen. In onze relatie met de overheid is dat natuurlijk ook zo. We kennen allemaal toch wel het gevoel dat we hebben als we opeens naast een politie-auto rijden? Shit, rij ik niet te hard? Zit mijn gordel wel vast? Deed ik net mijn richtingaanwijzer wel aan? We hebben helemaal niets fout gedaan, maar zijn toch onszelf al niet meer.

Terug naar de missie van Bits of Freedom. Om zelf je identiteit vorm te geven, heb je een privésfeer nodig. Je moet dus met anderen op een veilige en kwetsbare manier kunnen communiceren, zonder dat je het gevoel hebt dat er iemand mee zit te lezen.

Al zolang ik bij Bits of Freedom werk, dat is sinds eind 2013, zijn we bezig met de nieuwe wet op de geheime diensten. In die Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zoals de regering hem noemt, wordt het mogelijk gemaakt om op grote schaal en ongericht alle internetcommunicatie van hele grote groepen mensen af te luisteren. Wij hebben dat consequent een sleepnet genoemd. De verantwoordelijke ministers Plasterk en Hennis Plasschaert hebben er een hele reeks aan eufemismen voor bedacht. Van "ongericht" naar "themagericht" en dan nu uiteindelijk "Onderzoeks Opdracht Gericht". Ze gebruiken daar overigens, ja je bedenkt het niet, de toch wel toepasselijke afkorting OOG voor.

Deze wet had haast. Er is één keer in de Kamer over gedebatteerd. Een week later is er gestemd. De Tweede Kamer was voor. Als het aan onze Tweede Kamer ligt, hebben we in Nederland binnenkort dus massasurveillance, het ongericht surveilleren van grote groepen onverdachte burgers. Wat mij betreft écht een treurig resultaat.

De overheid gaat daarmee namelijk een brug te ver. In plaats van dat je op basis van een concrete verdenking individuele verdachten in de gaten houdt, hou je nu grote groepen mensen (iedereen uit een stad die belt of e-mailt met een bepaald land bijvoorbeeld) in de gaten. Niet op basis van verdenking maar op basis van intuïtie. Daarmee wordt de zogenaamde onschuldpresumptie, je bent onschuldig tenzij het tegendeel bewezen is, overboord gezet. En leven we voortaan allemaal alsof we permanent naast een politie-auto rijden.

Het wordt binnen een paar jaar voor de overheid opeens technisch mogelijk én —niet onbelangrijk— betaalbaar om iedereen altijd 100% in de gaten te houden. Dat is geen gekke voorspelling, maar het logische gevolg van allerlei technologische ontwikkelingen. Waarschijnlijk zit er op dit moment in de Tweede Kamer geen enkele politicus die dat een goed idee vindt. Maar als we het oké vinden om de internetverbinding van onschuldige mensen te monitoren, waarom zouden we dan opeens ‘nee’ zeggen tegen een politie-camera in onze huiskamer? Don’t worry, de beelden worden alleen maar bekeken als dat nodig is. Of waarom niet gewoon een chip van de overheid in onze hand?

Dit zijn natuurlijk extreme voorbeelden. Dit wil toch niemand? Maar als we de grens niet trekken bij het ongericht bekijken van het online gedrag van grote groepen mensen —als we de grens niet trekken bij een sleepnet— waar trekken we de grens dan wel?

  1. In gesprek met de AIVD over het 'sleepnet' - Sargasso

    […] Wanneer het internet verandert in een panopticon, dan wordt het heel moeilijk voor met name mensen in de samenleving die met gevoelige informatie werken om efficient hun ding te doen met behulp van het internet. Het sleepnet betekent namelijk dat ieders internetverkeer op elk moment kan worden onderschept en opgeslagen. Het kan. Zoals Schneier al stelde: je weet als internetgebruiker niet of en wanneer het gebeurt, of, wanneer en door wie het wordt bekeken, wie het uiteindelijk bewaart en wie een kopie krijgt. Dit is hoe het panopticisme werkt: je weet nooit zeker of je niet toch een keer bekeken zal worden, al is het maar per ongeluk. Daarom zul je altijd de druk voelen om je aan de strengste normen van de status quo te houden, mocht het misschien in je opkomen om van de norm af te wijken. Hans de Zwart noemde dat het gevoel alsof je altijd een politieauto naast je hebt rijden. […]

  2. Teken tegen de Sleepwet // Jaap-Henk Hoepman

    […] Hans de Zwart van Bis of Freedom onlangs […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.