Function creep in het tijdperk van big data: alles is verdacht.

Winst! De Raad van State zegt tegen Ollongren: Publiceer of leg uit

Bijzondere tegenprestaties voor opmerkelijke donaties

Vandaag heeft de Raad van State uitspraak gedaan over het publiceren van tapstatistieken van de geheime diensten. Wij proberen die cijfers al sinds 2014 boven tafel te krijgen. Na vandaag hebben we goede hoop dat minister Ollongren niet anders kan dan over de brug komen.

De minister is bang voor de schade voor nationale veiligheid

Ons verzoek om openbaarmaking van tapstatistieken door de geheime dienst speelt al jaren. We hebben al bij de rechter al een paar keer gewonnen: eerst kregen we niets, toen een groot deel van de cijfers (tot 2001Cijfers, cijfers en cijfers! Lees ze hier.), maar de cijfers van 2001 tot 2013 werden angstvallig achtergehouden. Waarom? Omdat de minister van Binnenlandse Zaken vindt dat het publiceren van tapstatistieken de nationale veiligheid kan schaden. Wij vinden van niet. De CTIVD, de toezichthouder, vond trouwens ook van niet. En in tal van landen om ons heenEerst verstopte Nederland zich achter andere landen, nu zijn die andere landen ineens gek. Volgens Nederland dan. is het publiceren van tapstatistieken ook geen probleem voor de nationale veiligheid.

De enkele omstandigheid dat er ten tijde van het besluit van 13 juni 2016 een andere minister was dan in 2010, acht de Afdeling hiervoor onvoldoende rechtvaardiging.

Uitleg van de minister volgens rechter onvoldoende

Het ging bij de rechter om de vraag of het publiceren van die tapstatistieken de nationale veiligheid kan schaden. Dat de CTIVD en de landen om ons heen die potentiële schade niet zien, maar er door de Nederlandse minister voet bij stuk wordt gehouden vinden wij gek. Dat vindt de rechter ookLees hier de uitspraak van de Raad van State, bleek vanochtend. En, zegt de rechter, de minister vindt het wel goed dat wijzigingspercentages over de tap-inzet worden opgenomen (dus wel: er is dit jaar 10% meer afgetapt, maar niet het aantal taps zelf), waarom dan niet ook de cijfers publiceren?

Kortom: er is volgens de rechter niet goed uitgelegd waarom het achterhouden van deze cijfers de nationale veiligheid kan schaden. Nu moeten die cijfers openbaar worden gemaakt – of er moet nu wel een steekhoudende reden gegeven worden.

Dat moet in principe de minister doen: het gebeurt niet zo vaak dat de bestuursrechter zegt: "En nu is het genoeg, ik neem het besluit voor je". De redenen om een verzoek te weigeren moeten namelijk door de overheid worden gegeven, niet door de rechter.

Ollongren nu aan zet

Aan de minister nu het woord: komen de cijfers, of de argumenten? We gaan het zien – hopelijk binnen drie maanden.

Oja, leuke trivia: tijdens de zitting werd gevraagd aan de vertegenwoordiger van de minister: maar waarom is er dan eerder besloten om cijfers wel te publiceren? Daarover werd gezegd, ook in eerdere stukken: ja, toen was er een andere minister, dus daar ligt het aan.

Maar daar gaat de rechter niet in mee - nationale veiligheid is niet iets dat per minister ineens helemaal anders is. Die afweging blijft bestaan (en wordt natuurlijk helemaal niet door, of alleen door, de minister gemaakt. Dus zegt de rechter: "De enkele omstandigheid dat er ten tijde van het besluit van 13 juni 2016 een andere minister was dan in 2010, acht de Afdeling hiervoor onvoldoende rechtvaardiging."

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.